Ik vind...15-03-2013

Willem-Alexander báált ervan

Altijd al heb ik hem graag gemogen, die Willem-Alexander. `t Is gewoon een ontzettend aardige vent. Ik vond hem zo lekker relaxed, helemaal zichzelf. Als weer iemand `Koninklijke Hoogheid´ tegen hem prevelde, zàg je de kroonprins denken: “Ach man, schei uit met die onzin! Zeg maar gewoon Alex, hoor.”
Als klein jochie riep hij de memorabele woorden “Alle Nederlandse pers opgerot!”, toen tijdens een fotosessie plaats gemaakt moest worden voor de buitenlandse media. In zijn studententijd keilde hij behoorlijk wat bier achterover. Na een zege van het Nederlandse Olympisch dameshockeyteam rende hij met andere supporters in korte broek het veld op een hoste luid zingend mee. Hij proefde hier en daar van wat leuke meiden om uiteindelijk smoorverliefd de vrouw van zijn leven aan de haak te slaan. Kortom, een gezonde Hollandse knaap.
Triest vond ik het, toen ik hem langzaam maar zeker zag verstarren. Zijn lopen werd plechtig schrijden, met een ruggengraat als een bezemsteel. Zijn spreken werd van buiten geleerde en tevoren gescreende teksten declameren. Zijn taal werd afgemeten en vormelijk. Zijn bewegingen en mimiek werden – zo oogt het in ieder geval – geregisseerd. Waar komt het op neer: alle spontaniteit is eruit geramd. `Voorbereiding op het koningschap´ heet dat dan officieel.
Natuurlijk, ik kan er volledig naast zitten en als je het hem op de man af vraagt zal hij het glashard ontkennen, maar ik zie dat onze kroonprins absoluut geen zin heeft in het koningschap. Zijn hele lichaamstaal straalt uit: “Sorry jongens. Ik baal verschrikkelijk, maar ik moet, helaas!” Dapper zet hij weer een glimlach aan en zwaait keurig naar de menigte, waar hij het liefst grappend en joelend tussen in zou staan met een pils in zijn hand. Hij heeft nu eenmaal de vette pech dat hij in dat paleiswiegje neer is gelegd. Diep in zijn hart denkt hij: “Die verdomde poppenkast kan me gestolen worden.”
Wat hij het liefst zou willen is een knus huisje, ergens aan een dijk. Met aan aanlegsteiger voor zijn bootje en een lapje tuin. Gewoon lekker leven met zijn mooie vrouw en drie dotten van kinderen. Op zaterdagavond darten met zijn maten in de kroeg. (“Jááááhhh…..mooie worp Lex!”) Op zondag samen wandelen en daarna naar het pannenkoekenhuis. Misschien kiest hij uiteindelijk tòch voor zijn eigen levensgeluk. Wel graag vóór 30 april. “Zeg mam…ehhh…Max en ik…we hebben het er nog eens over gehad, maar we hebben toch besloten…..”

© Maarten Brorens